Bevlogen mensen halen voldoening uit hun werk, zijn betrokken en voelen zich energiek en trots. Bevlogenheid maakt mensen bovendien productiever en innovatiever. Maar hoe blijf je gefocust? En welk ritme past daarbij? Para-triatleet Sander Koomen weet er alles van. Zijn verhaal gaat over de drang om te presteren en jezelf te bewijzen, maar vooral over duurzaam presteren: niet iedere dag op je tenen lopen, maar investeren in een ritme voor de lange termijn.

Wie is Sander?

Bij Sander Koomen werd in 1993 het syndroom van Usher vastgesteld, een erfelijke aandoening die het gehoor en het zicht aantast. World Triathlon Toch weigerde hij om zielig in een hoekje te gaan zitten. Hij begon als roeier, maar vond zijn echte passie in de triatlon. Jarenlang kwam hij uit op het hoogste niveau in de paratriatlon voor blinde en slechtziende sporters. UTMB Dat dankt hij mede aan zijn bevlogenheid, ijzeren discipline en incasseringsvermogen.

Hier ging wat aan vooraf

Voordat de Paralympische droom in beeld kwam, moest er veel gebeuren. Het leven met een beperking was Sander niet in de koude kleren gaan zitten. Hij was er erg goed in geworden om voor de buitenwereld te verbergen hoe hard vooral zijn zicht achteruitging. Zelf kroop hij steeds verder weg in het hoekje van de bank. "Niet alleen hoorde en zag ik minder, ik maakte mijn wereld ook steeds kleiner. Ik liep constant op mijn tenen."

Op zijn werk functioneerde hij niet meer en hij kwam in de ziektewet. Ook raakte hij in een isolement. Zijn toenmalige partner schudde hem wakker: dit kon zo niet langer. Hij had professionele hulp nodig.

Stapje voor stapje

Sander kwam terecht bij Koninklijke Visio, het expertisecentrum voor mensen met een visuele beperking, om te leren leven met de gevolgen van Usher. Een jaar lang revalideerde hij intern. "Ik heb geleerd om vooral te kijken naar de dingen die je wél kunt. Dat geeft een veel positiever gevoel en richt je op kansen. En kansen zijn er altijd en overal." Hij leerde lopen met een hulphond en een taststok, en kon zijn leven weer betekenis geven.

Stapje voor stapje ontdekte hij wat er lukte. "Ik wil zeker niet 'die zielige blinde' zijn, maar laten zien wat er allemaal kan." Op zoek naar een nieuwe sportuitdaging zag hij een campagne van NOC*NSF, die op zoek was naar Paralympisch talent. Op naar Papendal, het huis van de Nederlandse topsport.

Een en al positiviteit

De testdag straalde positiviteit uit. Zoveel mensen wilden daar laten zien dat ze meer zijn dan hun beperking. Dat gaf Sander een enorme boost. Na de dag kreeg hij uitnodigingen van de roeibond en de triatlonbond. Uiteindelijk voelde hij zich het best bij de triatlon. Lopen ging hem het best af, met zwemmen had hij nog veel te leren, en door zijn visuele beperking was hij niet gewend om hard te fietsen. Hij wilde zich daarom vooral in de looptrainingen bewijzen.

Loskomen van de verwachtingen van anderen

Als nieuwkomer in de groep para-atleten voelde Sander zich meteen thuis. Samen met andere atleten, coaches en trainers werken aan de Paralympische droom: daar wilde hij bij horen. Daarom ging hij iedere training volle bak. Maar in plaats van waardering kreeg hij kritiek.

"Ik vind het heerlijk om mijn hardloopschoenen aan te trekken en na drie kwartier helemaal gesloopt de achtertuin weer in te lopen. Uitgeput, maar voldaan, stap ik dan onder de douche. Piep, piep: een berichtje van mijn coach. 'De opdracht was om in hartslagzone 1 tot 2 te trainen. Waarom ben je zo hard gegaan?' Weg goede gevoel. Ik wilde juist laten zien wat ik in mijn mars had."

De route naar het doel van het team was voor hem nog niet helemaal duidelijk. Samen met de trainers en coaches moest hij uitzoeken wat zijn rol was, wat er van hem werd verwacht en wat hij nodig had om gefocust te blijven. "Ik heb geleerd om verder te kijken dan de volgende training of wedstrijd. En misschien nog belangrijker: ik leerde luisteren naar mezelf en mijn lichaam, zonder last te hebben van de verwachtingen van mijn omgeving."

De ervaren mate van inspanning

Iedereen kent goede en minder goede dagen. Op goede dagen lijkt werk of een training zonder moeite te gaan, en levert het zelfs energie op. Op andere dagen kost alles moeite. Het is niet realistisch om dan dezelfde resultaten te verwachten. Om die dagen te herkennen, werkt Sanders team met de 'rate of perceived exertion' (RPE), in het Nederlands de ervaren mate van inspanning. Die eigen inschatting van hoeveel moeite een fysieke of mentale inspanning je kost, geeft trainers en atleten veel informatie om het trainingsplan op af te stemmen.

"Werken met dit getal vergroot de betrokkenheid tussen trainer en atleet, omdat we steeds het gesprek erover aangaan. Ik geef na een training aan hoe zwaar het was, maar ook vooraf hoe ik me die dag voel. Daardoor is het contact met mijn coaches sterk gegroeid. Ik voel me gezien, en mijn input is belangrijk om op de lange termijn duurzaam te presteren. Ik hoef niet iedere training de beste, de snelste of de sterkste te zijn. Elke training staat in het teken van de lange termijn. Nu ik weet wat de betekenis van een training is, haal ik er ook voldoening uit."

Wat hem bovenal helpt om dat ritme vol te houden, is het gevoel dat er naar hem wordt geluisterd. Samen met zijn coaches vond hij een ritme waarin hij elke week één training op maximale snelheid mag doen. "Die zware trainingen waarin ik helemaal los mag gaan, zijn belangrijk voor mijn zelfvertrouwen en welbevinden. Zo ben ik meer in balans."

Op tijd aan de bel trekken

Toen een blessure aan zijn achillespees roet in het eten dreigde te gooien voor een belangrijke wedstrijd, merkte Sander hoeveel er veranderd was. "Vroeger had ik me stilgehouden en geprobeerd de verwachtingen van anderen waar te maken. Ik wil immers niemand teleurstellen. Maar door het betere contact met mijn begeleidingsteam lukt het me nu om dit op tijd te bespreken en samen tot een plan te komen. Net als bij de RPE ben ik uiteindelijk degene die aangeeft wat wel en niet kan, maar door de afstemming ligt er een kader. Zo maak ik keuzes die goed zijn voor de lange termijn, en niet alleen voor het resultaat van morgen."

Zijn bevlogenheid wordt er alleen maar groter door. "Doordat we helder hebben waar we naartoe werken, werken we beter samen en is de sfeer nog beter. Ik zeg altijd: niet wat je bent is wat je beperkt, maar wat je denkt dat je niet bent."

Wat helpt Sander om focus te houden en ritme te creëren?

  • Hulp vragen. "Hulp vragen is geen teken van zwakte, maar van moed." Thuis maakt hij duidelijke afspraken over het dagritme, en als hij traint laat hij zich niet afleiden.
  • Je eigen weg vinden. "Het heeft geen zin om anderen te kopiëren. Wat voor de een werkt, hoeft niet voor de ander te werken." Toen hij succesvolle para-atleten probeerde na te doen, verloor hij het zicht op de waarde van zijn eigen ontwikkeling.
  • Beginnen bij wat goed gaat. "Van je fouten leer je, maar het werkt veel prettiger als je eerst stilstaat bij alles wat al goed gaat." Vanuit die stevige basis kijkt hij met zijn trainers naar wat nog beter kan, zonder waslijst aan verbeterpunten.

Herken je dit in je eigen werk? Een goed gesprek over verwachtingen, energie en ritme werkt op de werkvloer net zo goed als op de atletiekbaan. Lees ook focus voor professionals.

Over dit artikel: dit stuk is gebaseerd op een blog van para-triatleet Sander Koomen.