Neem een sector als de zorg. Ik durf te stellen dat de meeste medewerkers daar op hun eerste werkdag zeer bevlogen aan hun vak begonnen. Maar die bevlogenheid kan dalen, bijvoorbeeld door te veel energielekken. Verslaglegging en administratie waren voor de meeste zorgverleners vast geen reden om voor het vak te kiezen. Toch bestaat het werk er soms voor tientallen procenten uit. Dat gaat ten koste van je bevlogenheid. Houdt de disbalans tussen energiebronnen en energielekken te lang aan, dan ontstaan gezondheidsklachten, zoals een burn-out. Dat sluit aan bij het Job Demands-Resources-model van Wilmar Schaufeli en collega's: als de taakeisen langdurig zwaarder wegen dan de energiebronnen, raak je uitgeput. Schaufeli

Wat is het verschil tussen tevredenheid en betrokkenheid?

Bevlogenheid is iets anders dan tevredenheid of betrokkenheid. Bij tevredenheid gaat het vooral om jou. Jij bent tevreden met je werkplek, je stoel of je arbeidsvoorwaarden. Dat is prettig, maar de organisatie wordt er niet veel wijzer van. Tevreden mensen werken niet per se harder. Het is iets passiefs.

Bij betrokkenheid wordt dat anders. Ik zie mezelf als een betrokken medewerker. Als er iets in het nieuws komt over mijn werkgever, interesseert me dat, ook als het over een ander bedrijfsonderdeel gaat. Ik vind het gewoon belangrijk dat het mijn werkgever goed gaat, en voor onze klanten ga ik door het vuur. Vanuit betrokkenheid toon je enthousiasme, en dat is goed voor de werksfeer en voor je klantgerichtheid. Je voelt je onderdeel van het geheel. Je kunt spreken van 'hart voor de zaak'.

Wat is de keerzijde van betrokkenheid?

Meet jouw organisatie ook betrokkenheid? Waarom eigenlijk, en wat levert het op? Wordt het gevierd als de score stijgt? Kijk nog eens naar de zorgverlener van hierboven. De keerzijde van te betrokken zijn, en je te verantwoordelijk voelen, is dat je te lang over je eigen grenzen gaat. Als je een elastiek te lang uitrekt, gaat de rek eruit. Ik noem dat slijtage. Je geeft dan elke dag een stukje van jezelf weg, en als dat te lang duurt, ontstaan gezondheidsklachten. In de zorg zie ik vaak dat mensen zich door hun grote betrokkenheid niet snel ziek melden, maar dat het verzuim lang duurt als ze dan toch uitvallen. Dan is er echt iets aan de hand.

Werk is werk, thuis is thuis

Zelf werk ik volgens wat ik het 'Zweedse model' noem. Ben ik aan het werk, dan ben ik (bevlogen) aan het werk. Ben ik thuis, dan ben ik thuis, met meer tijd voor mijn vrouw en twee dochters van wie ik houd. Dus geen mail meer 's avonds. Logisch toch? Toch was het voor mij een hele verandering. Ik heb mijn kantoor aan huis, en omdat ik mooi werk heb, is de stap naar de laptop heel klein. Dat was er in de loop van de jaren in mijn systeem geslopen.

Werd ik daar intens gelukkig van? Zakelijk gaf het me veel voldoening. Maar ik word gelukkiger als we samen mooie herinneringen maken. Zo ging ik met mijn jongste dochter vijf dagen naar Boedapest. Quality time, gewoon omdat het kan.

Lukt dat nieuwe ritme me elke dag? Nee, maar dat is niet erg. De 80/20-regel geldt ook hier. Als de balans maar de goede kant op gaat. Het zit steeds meer in mijn systeem. Ik zorg dus beter voor mezelf.

Wanneer ben je echt bevlogen?

Bevlogenheid gun ik iedereen. Je voelt je heerlijk, zit in een flow en krijgt er energie van. Maar hoe krijg je dat 'bevlogenheidsvirus'? Voor mij is betrokkenheid en 'hart voor de zaak' niet genoeg. Het zou voor mij niet werken als ik het alleen maar top vind dat het mijn werkgever goed gaat. Ik wil vooral 'hart voor mijn vak' voelen. Dan ben ik echt bevlogen.

Mijn werk geeft me energie. Waarom? Omdat ik thema's oppak die ertoe doen (zingeving), zoals kanker op de werkvloer, financiële zorgen van medewerkers, de overgang en mantelzorg. Omdat ik er zelf iets van mag vinden (autonomie), met leuke collega's en klanten samenwerk (verbondenheid) en mijn talenten kan inzetten (competentie). Autonomie, competentie en verbondenheid zijn volgens de zelfdeterminatietheorie de drie psychologische basisbehoeften van ieder mens. Self-Determination Theory

Tussen betrokkenheid en bevlogenheid zit wel een duidelijke link: toewijding. Wilmar Schaufeli en Arnold Bakker omschrijven bevlogenheid aan de hand van drie kenmerken. Bij toewijding ervaar je je werk als nuttig en zinvol, ben je geïnspireerd en trots. Komen daar absorptie (op een plezierige manier opgaan in je werk) en vitaliteit (bruisen van energie en mentale veerkracht) bij, dan ben je bevlogen. Handleiding UBES

Doe een experiment van één minuut

Bevlogenheid kun je meten. Doe dat dan wel met een gevalideerde vragenlijst die alle drie de kenmerken goed in beeld brengt, anders meet je niet het juiste. Maar laten we nu even niet meten. Ellenlange vragenlijsten invullen staat tenslotte niet op het lijstje energiebronnen van medewerkers.

Kijk eens weg van dit artikel en observeer de mensen om je heen. Ik wed dat je binnen een minuut iedereen kunt indelen in twee groepen: wel bevlogen en niet bevlogen. Je haalt bevlogen mensen er zo uit. Het zit in de manier waarop ze met je praten, naar je luisteren en met je omgaan. Het is heerlijk om met hen in contact te zijn, en het werkt aanstekelijk, ook binnen teams. Kijk eens goed om je heen en vraag hoe het voor hen werkt.

Voor de organisatie is het een zegen. Bevlogen mensen presteren beter en voelen zich gezonder. Handleiding UBES Mijn nieuwe dagindeling is daar ook een voorbeeld van: ik zorg beter voor mezelf, met een betere balans tussen werk en privé als resultaat. Uiteindelijk is dat ook goed voor mijn werkgever.

En hoe zit het met werkgeluk?

Werkgeluk is een vakgebied in opkomst, net als positieve psychologie en positieve gezondheid. Toch vind ik het een lastig woord. Bestaat er dan ook privégeluk? Er is toch ook geen scheiding tussen lichaam en geest? Ik praat liever over geluk in het algemeen, over de mens als geheel. Als ik het toch over WERKgeluk heb, schrijf ik het eerste deel bewust met hoofdletters. Omdat je er iets voor moet doen.

Je hoort vaak dat geluk voor 50% wordt bepaald door je genen, voor 10% door je omstandigheden en voor 40% door je eigen gedrag. Die verdeling komt uit het werk van Sonja Lyubomirsky en collega's, maar is later bekritiseerd, onder meer door Brown en Rohrer. Lyubomirsky en Sheldon erkenden in 2019 dat de exacte percentages niet kloppen, maar houden vast aan de kern: wat je zelf doet, maakt wel degelijk verschil. Sheldon & Lyubomirsky Werkgeluk is dus een actief woord. Je moet eraan werken.

Heb jij een goede baan?

Mensen vragen me weleens of ik een goede baan heb. Ik antwoord altijd dat ik geweldig werk heb, en dat meen ik. Maar wat is eigenlijk een goede baan? De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) noemt in het rapport Het betere werk drie voorwaarden voor goed werk: WRR

  • Grip op geld: een gepast loon met zekerheden.
  • Grip op het werk: autonomie, een beroep op je capaciteiten en goede sociale relaties.
  • Grip op het leven: werk dat je goed kunt combineren met zorgtaken en je privéleven.

Dat zijn prima elementen, en ze sluiten mooi aan bij de basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid. Voor mij is het belangrijkste teken of mijn hart sneller gaat kloppen en mijn ogen gaan stralen als ik over mijn werk praat. Anderen zien dat aan me, en ik voel het zelf ook. Dan ben ik bevlogen.

Is dan alles altijd top? Nee, natuurlijk niet. Het gaat om de balans. Energielekken zijn er nu eenmaal, en dat is geen probleem zolang je er genoeg energiebronnen tegenover zet. Op die energiebronnen heb je meestal meer invloed. Dan komen we weer uit bij je eigen gedrag en je mindset. Hoe goed zorg jij voor jezelf?

Lees ook: het verschil tussen tevreden en bevlogen medewerkers en help, ik ben te bevlogen.

Over dit artikel: geschreven door Frank Brinkmans en bijgewerkt door de redactie van Alles over bevlogenheid.